Museum Prinsenhof

Pieter de Hooch, Delftse meester uit de Gouden Eeuw

Ná Johannes Vermeer wordt Pieter de Hooch internationaal beschouwd als de beroemdste Delftse meester uit de 17de eeuw en als één van de grootste kunstenaars van de Nederlandse Gouden Eeuw. Zijn schilderijen zijn wereldberoemd en trekken vele bezoekers in de musea waar zij te zien zijn. De Hooch is actief in Delft in een periode dat de plaatselijke schilderkunst bloeit, met name wat betreft de ontwikkeling van het Delftse genrestuk. Belangrijke meesters als Paulus Potter en Jan Steen verblijven enige tijd in Delft en schilders als Carel Fabritius, Johannes Vermeer en Gerard Houckgeest staan aan de basis van belangrijke artistieke ontwikkelingen door hun toepassing van perspectief en licht. Pieter de Hooch profiteert zeer van deze artistieke impulsen en verwerkt die op zijn eigen manier in zijn werk. Waar hij zich in de vroege jaren vijftig nog richt soldatenscènes in de traditie van Anthonie Palamedesz stapt hij na 1655 over op het schilderen van het dagelijkse leven in Delftse huizen en hun binnenplaatsjes. Experimenteren met licht, kleur en perspectief, bijvoorbeeld door de toepassing van doorkijkjes, spelen daarbij een belangrijke rol. En hoewel De Hooch maar relatief kort in Delft heeft gewerkt, tussen circa 1652 en 1661, heeft hij juist in deze periode zijn allermooiste schilderijen gemaakt. En Delft speelt in deze werken een hoofdrol!

In de tentoonstelling zal de focus liggen op de Delftse periode van De Hooch door enerzijds het allermooiste uit zijn oeuvre te laten zien en anderzijds ook de relatie tussen de schilder en de stad Delft te verhelderen. Het doel is om circa 10-15 werken uit de periode 1655-1660 in bruikleen te krijgen. Daarnaast zal een context geboden worden waarin de ontwikkeling binnen het werk van De Hooch wordt duidelijk gemaakt met een aantal kortegaerdjes uit zijn vroege Delftse jaren, een aantal portretten (waaronder zijn zelfportret), werken uit zijn latere Amsterdamse periode en werken van tijdgenoten. Door middel van Delftse archivalia wordt inzicht gegeven in het persoonlijk leven van De Hooch in de stad(zoals zijn huwelijk, doop van kinderen, inschrijving bij het Lucasgilde maar bijvoorbeeld ook de prijzen van zijn schilderijen genoemd in inventarissen). Voorafgaand aan de tentoonstelling zal zowel archivalisch als materiaal technisch onderzoek worden uitgevoerd. De nieuwe inzichten en vondsten zullen worden verwerkt in het verhaal dat verteld wordt.

Turing toekenning 2017