Museum Prinsenhof

Art Nouveau | Nieuwe Zakelijkheid | Delft

Kunst, kennis en industrie

30-03-2018
26-08-2018

Introductie
In het voorjaar van 2018 organiseert Museum Prinsenhof Delft een overzichtstentoonstelling van de Delftse kunstnijverheid uit de periode 1880-1940. Deze tijd staat in de geschiedenisboeken wel bekend als de Tweede Gouden Eeuw, waarin Nederland, na de 17de eeuw, dankzij de industrialisatie opnieuw tot een van de welvarendste landen in de wereld gaat behoren. De economische voorspoed zorgt ook voor een bloei van de kunsten. De schilders van de Haagse School doen hun intrede en in Amsterdam schudden de Tachtigers de gevestigde orde flink op. De toegenomen reismogelijkheden zorgen er bovendien voor dat Nederlandse kunstenaars veel sneller op de hoogte zijn van de nieuwste artistieke ontwikkelingen in het buitenland. De Franse Art Nouveau beweging wordt in Nederland vertaald tot de ‘Nieuwe Kunst’. Naast de hoofdstad Amsterdam en de regeringsstad Den Haag ontwikkelt Delft zich bij uitstek tot een centrum van de Nederlandse Art Nouveau. Vervolgens doen ook (inter)nationale stromingen als de Art Deco, De Stijl en de Nieuwe Zakelijkheid hun intrede in Delft. Het wonder van hoe een relatief kleine provinciestad zich rond 1900 heeft kunnen ontwikkelen tot een belangrijk centrum voor kunst en kunstnijverheid staat in de tentoonstelling centraal.

In de tentoonstelling worden niet alleen de mooiste objecten uit de collectie van Museum Prinsenhof Delft getoond, ook zullen er bijzondere bruiklenen uit de belangrijkste nationale collecties op dit gebied te zien zijn vanuit het Rijksmuseum, het Gemeentemuseum en het Drents Museum. Het Gemeentemuseum organiseert gelijktijdig met Museum Prinsenhof Delft een tentoonstelling waarin de Haagse Art Nouveau centraal staat. Zo heeft de bezoeker in 2018 de unieke kans om zich een bijzonder rijk beeld te vormen van deze bloeiperiode in de Nederlandse kunst.

Samenhang van de tentoonstelling met het beleid van het museum
Met de tentoonstelling Art Nouveau | Nieuwe zakelijkheid | Delft laat Museum Prinsenhof Delft zien dat deze belangrijke en innovatieve periode in de Delftse cultuurgeschiedenis ook van (inter)nationaal belang is geweest. Deze Delftse vernieuwingsdrang vormt een belangrijke leidraad in de programmering van Museum Prinsenhof Delft. Deze heeft eerder geresulteerd in buitengewoon succesvolle tentoonstellingen van moderne Delftse meesters als Jan Schoonhoven (2015-2016) en Theo Jansen (2016-2017).

Het tentoonstellingsconcept
De kernwoorden van de tentoonstelling zijn: Delft, vernieuwing, industrie, ondernemers, kunstnijverheid, iconen, opleiding, Art Nouveau, Art Deco, De Stijl, Nieuwe Zakelijkheid, design.

De centrale vraag die in de tentoonstelling beantwoord wordt, is hoe het kan dat Delft zo’n belangrijke rol speelde op het gebied van de kunstnijverheid in de periode 1880-1940.

Wat de tentoonstelling speciaal maakt is dat er voor het eerst in Delft een overzicht gegeven wordt van de kunst(nijverheid) uit één van de belangrijkste periodes in de geschiedenis van de stad, aan de hand van een grote verscheidenheid aan objecten. Meer dan in andere steden onderscheidt de kunstproductie in Delft tussen 1880 en 1940 zich door synergie tussen kunst en industrie. Anders dan in Amsterdam of Den Haag zijn het in Delft niet zozeer individuele kunstenaars maar kunstnijverheidsbedrijven die een belangrijk stempel drukken. Door verschillende soorten objecten te presenteren als schilderijen, affiches, keramiek en glas-in-lood wordt het een visueel zeer afwisselende en aantrekkelijke tentoonstelling voor een breed publiek.

De tentoonstelling toont hoe de bloei van de Delftse kunst tussen 1880 en 1940 is te danken aan de unieke synergie tussen drie belangrijke partijen in de stad: Kunstnijverheid, Industrie en Onderwijs.

Deze drie partijen vormen elk een thema die tezamen het uitgangspunt vormen van de tentoonstelling. Binnen elk thema is steeds gekozen voor een drietal hoofpersonen en/of bedrijven die elk hun eigen verhaal vertellen. De thema’s worden hieronder toegelicht.

Thema Industrie: Delftse ondernemers & opdrachtgevers

Grote KantoorJacques van Marken (1845-1906) – Hugo Tutein Nolthenius (1863-1944) – Cornelis von Lindern (1869-1945)
Met de vooruitstrevende ondernemer Jacques van Marken doet de moderne industrie zijn intrede in Delft. Van Marken is afgestudeerd aan de Polytechnische School in
Delft en richt in 1869 de Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek op en in 1883 de Nederlandsche Oliefabriek (NOF). Beide bedrijven groeien uit tot uiterst
succesvolle Delftse ondernemingen. Van Marken betrekt toonaangevende kunstenaars bij zijn bedrijven. Zo laat hij Jan Toorop en Theo van Hoytema affiches en reclamemateriaal ontwerpen. Het zogenaamde Slaolie-affiche van Toorop uit 1894 geldt tegenwoordig als een icoon en heeft de Nederlandse Art Nouveau zelfs de bijnaam ‘slaoliestijl’ opgeleverd. De Delftse industrie gaf een belangrijke impuls aan het artistieke klimaat in de stad.

Hugo Tutein Nolthenius studeert net als Van Marken aan de Technische Hogeschool (opvolger van de Polytechnische School) en wordt directeur van de Nederlandse Oliefabriek NOF (sinds 1898 Calvé-Delft). Ook hij zet kunstenaars in bij het ontwerpen van reclame-uitingen, zo laat hij Bart van de Leck een slaolieaffiche ontwerpen. Tutein Nolthenius zet zijn opdrachtgeverschap aan kunstenaars en ontwerpers ook in zijn privéleven voort. Zo legt hij een belangrijke kunstverzameling aan en laat hij zijn woonhuis op de Nieuwe Plantage verfraaien met interieurs ontworpen door de avantgardistische Vilmos Huszár en glas-in-loodramen door Johan Thorn Prikker en Harm Kamerlingh Onnes.

Cornelis von Lindern richt in 1913 in Delft de Nederlandse Kabelfabriek op. Voor de ontwerpen van affiches en reclamemateriaal wordt vanaf 1923 de grafisch vormgever Piet Zwart ingeschakeld, die aan de Technische Hogeschool heeft gestudeerd. Zwart geldt als een pionier op het gebied van typografie en zijn werk bevindt zich dan ook in belangrijke musea als het Stedelijk Museum in Amsterdam en het Museum of Modern Art in New York.

Thema Onderwijs: De Polytechnische School als inspirator van kunst en industrie

Adolf leComte (1850-1921) – Bram Gips (1861-1943) – Karel Sluyterman (1863-1931)
Dankzij de toenemende handel en industrialisatie in Nederland in de 19de eeuw krijgt de economie een enorme impuls. Er komt een spoorwegnet, de (water)wegen worden uitgebreid en bovenal wordt er veel gebouwd (stations, kantoren, fabrieken e.d.). Al deze activiteit zorgt voor een dringende behoefte aan geschoolde technici en architecten. In 1842 wordt door koning Willem II in Delft de Koninklijke Akademie geopend. Deze wordt in 1863 vervangen door de Polytechnische School. Studenten leren er weg- en waterbouw, bouwkunde, maar kunnen er ook de M(iddelbaar) O(nderwijs) akten voor tekenen of boetseren halen. Generaties studenten, waaronder belangrijke kunstenaars als Jan Toorop en George Hendrik Breitner, maar ook vele industriëlen, zoals Jacques van Marken en Abel Labouchere, volgen er onderwijs. Het belang van de Polytechnische School en haar opvolgers, de Technische Hogeschool en de Technische Universiteit (TU), voor Delft kan niet gemakkelijk worden overschat. De school fungeert als een aanjager van zowel kunst als industrie binnen en buiten Delft en heeft daarmee de reputatie van Delft als stad van innovatie blijvend gevestigd.

Onder de meest invloedrijke docenten van de Polytechnische School zijn Adolf le Comte, zijn opvolger Bram Gips en hoogleraar bouwkunde Karel Sluyterman, die rond 1900 nauw betrokken zijn bij artistieke ontwikkelingen en projecten in de stad en op hun beurt kunstenaars opleiden die eveneens een belangrijke rol gaan spelen in het artistieke leven.

Thema Kunstnijverheid: Delftse bedrijven, tussen kunst en commercie

De Porceleyne Fles – Atelier Schouten – Firma Braat
De aanwezigheid van de Polytechnische School en de industrie in Delft geeft een belangrijke impuls aan de kunstnijverheid in de stad. Zo ontwikkelt de laatst overgebleven aardewerkfabriek in Delft, De Porceleyne Fles, onder het artistieke adviseurschap van Polytechnische School docent Adolf le Comte spectaculaire nieuwe vormen, decoraties en glazuren waarmee hoge ogen worden gegooid op de wereldtentoonstelling in Parijs in 1900. Polytechnische School student Jan Schouten richt in 1889 Atelier ’t Prinsenhof op dat zich richt op de vervaardiging van glas-in-lood, dat veel nationale en internationale aftrek vindt. Het in 1913 geopende Vredespaleis in Den Haag is zowat een Delfts gesamtkunstwerk. Het is voorzien van bouwkeramiek van de Porceleyne Fles, glas-in-loodramen van Atelier ’t Prinsenhof, plafonds ontworpen door Polytechnische School docent Abraham Gips en werken van gietijzer door de Delftse firma Braat. De laatste wordt in 1844 opgericht door Frederik Willem Braat (1822-1889) en is gespecialiseerd in siersmeedwerk, kozijnen, verwarmingssystemen en het verzinken van metalen. Gezamenlijk zetten deze bedrijven Delft op de kaart door een combinatie van innovatie, vakmanschap en esthetiek.

Link naar het heden
Industrie en kunst zijn in Delft onlosmakelijk met elkaar verbonden. Door verschillende impulsen van Delftse ondernemingen heeft de kunst in Delft zich – door de eeuwen heen – steeds opnieuw weten te vernieuwen.

De Delftse kunstproductie uit 1880-1940 geldt in het bijzonder als een van de belangrijkste hoofdstukken uit de geschiedenis van de stad. De tentoonstelling verkent in hoeverre er ook nu nog in Delft een bijzondere wisselwerking bestaat tussen kunstenaars en bedrijven, die leidt tot creatieve en vernieuwende samenwerkingen die van nationale en internationale betekenis zijn. De publieksactiviteiten van de tentoonstelling sluiten hierbij aan.

In het kort
Delft ontwikkelt zich rond 1900 naast Amsterdam en Den Haag tot een belangrijk centrum van de Nederlandse Art Nouveau. Er is in Delft een bijzonder samenspel tussen kunst, kennis en industrie. De wisselwerking tussen kunstenaars en bedrijven en de toenmalige Polytechnische school ligt daaraan ten grondslag. De verbinding tussen deze drie sectoren is uniek en wordt het ‘Delftse wonder’ genoemd.

De periode 1880-1940 geldt in artistiek opzicht als een van de meest vernieuwende en kleurrijke hoofdstukken uit de geschiedenis van Delft. De kunst die in deze periode in Delft wordt gemaakt, is van nationale en internationale betekenis geweest.

Voor het eerst wordt deze belangrijke periode van de kunstgeschiedenis van de stad belicht in Museum Prinsenhof Delft. Nooit eerder waren de geselecteerde objecten bij elkaar te zien waarbij de link met de industrie zo prominent aanwezig is. De tentoonstelling toont belangrijke objecten uit eigen collectie en vele interessante bruiklenen verrijken de tentoonstelling, afkomstig uit collecties van grote nationale musea en particuliere bruikleengevers.

Door de grote verscheidenheid van bijzondere objecten zoals schilderijen, affiches, keramiek en glas-in-lood is de tentoonstelling zeer afwisselend en aantrekkelijk voor een breed publiek. De verschillende doelgroepen die daaronder vallen worden aan de hand van educatieve middelen en een randprogrammering op uitlopende wijze benaderd. Ook richt deze tentoonstelling zich op nieuw publiek en leent de tentoonstelling zich tot het verjongen van onze bezoekers.

Evenementen zoals een symposium en een groots event voor de Delfts hedendaagse creatieve industrie dragen mee aan kennisuitwisseling en nieuwe visies. De stad zal nauw betrokken worden bij deze spraakmakende tentoonstelling.

In 2002 is er voor het laatst aandacht besteed aan deze bijzondere bloeiperiode van Delft op het gebied van technische innovatie, onderwijs en kunst. En dat terwijl Delft juist ook vandaag de dag als vooruitstrevend gezien wordt op het gebied van techniek en hedendaags design. Veel creatieve bedrijven zijn in Delft gevestigd en de TU-Delft is als onderwijsinstelling vooraanstaand wat betreft productinnovatie. Het is juist deze combinatie die aantrekkelijk is voor het bedrijfsleven dat zich verzamelt rondom de campus van de universiteit en in de stad. Het is tijd om deze kracht van Delft en de bijzondere historie die daaraan verbonden is voor het voetlicht te brengen. Daarbij past het binnen de verschillende thema’s van het museum, waarin de kwaliteit, authenticiteit, samenwerking en het ondernemerschap centraal staan.

Postercontest

hero button