Home

Johannes Vermeer en Het straatje

Johannes Vermeer
De Delftse schilder Johannes Vermeer (1632-1675) is een van de beroemdste en meest geliefde kunstenaars uit de Gouden Eeuw. Dat is opmerkelijk wanneer je je bedenkt dat er slechts 35 schilderijen van zijn hand bekend zijn. Vermeers werk is vermaard vanwege zijn enorme precisie en verstilde poëzie en heeft een grote aantrekkingskracht op vrijwel iedereen die het ziet. Rond zijn persoon hangt nog altijd een waas van geheimzinnigheid: over belangrijke aspecten van zijn leven en werk tasten we nog altijd in het duister. Daar staat tegenover dat de voetstappen van de ‘sfinx van Delft’ in zijn geboortestad goed zijn te volgen.
Slechts enkele decennia na Vermeers dood waren al zijn schilderijen al uit Delft verdwenen. Uiteindelijk zouden zij de wanden van de meest prestigieuze musea ter wereld sieren.

Is Het straatje eindelijk ontdekt?

Als geen ander bepaalt Het straatje van Johannes Vermeer ons beeld van een Hollandse straat. Hier staan geen chique gracht of deftig stadspaleis centraal, maar het oude, verweerde woonhuis van eenvoudige burgers. Verzon Vermeer deze plek of – wat veel aannemelijker is – zag en kende hij hem werkelijk? En als Het straatje een echt huis in Delft portretteert, waar stond dat dan? Al honderd jaar wordt in Delft intensief gezocht naar de plek van de afgebeelde panden. Dit leidde tot allerlei theorieën die steeds weerlegd konden worden. Maar nu lijkt de exacte locatie van Het straatje gevonden aan de Vlamingstraat in Delft. Een plek die destijds voor de schilder een bijzondere, persoonlijke betekenis had.

Geschiedenis van Het straatje
Maar enkele malen in zijn carrière waagt Vermeer zich aan het vervaardigen van een stadsgezicht. Het straatje schildert hij rond 1660. Tijdens Vermeers leven is het werk eigendom van de Delftse verzamelaar Pieter van Ruijven. Door vererving belandt het schilderij uiteindelijk bij diens schoonzoon Jacob Dissius, die in 1695 overlijdt. Met de veiling van diens collectie op 16 mei 1696 in Amsterdam verdwijnt Het straatje definitief uit Delft. Het wordt verkocht voor 72 gulden. 100 jaar later duikt het op in Haarlem, in de nalatenschap van Gerrit van Oosten de Bruyn. In de 19de eeuw verblijft Het straatje in de collectie van verschillende Amsterdamse verzamelaars en wordt het steeds beroemder. In 1921 schenkt de directeur van de Koninklijke Nederlandse Petroleum Maatschappij het schilderij aan het Rijksmuseum Amsterdam, waar het uitgroeit tot publiekslieveling. Speciaal voor deze tentoonstelling keert Het straatje na 320 jaar weer terug naar Delft.