Museum Prinsenhof

Art Nouveau | Nieuwe Zakelijkheid | Delft

Kunst, kennis en industrie

30 03 2018
09 09 2018

Introductie
Wij noemen het ‘een Delfts wonder’. In de periode 1880 tot 1940 groeit Delft dankzij de bijzondere wisselwerking tussen kunst, kennis en industrie uit tot een van de belangrijkste centra van de kunstnijverheid. Art NouveSichting Ricardis Delft Fotografie Marco Zwinkels KLEINau | Nieuwe Zakelijkheid | Delft vertelt dit inspirerende verhaal aan de hand van verschillende objecten, zoals affiches, keramiek en glas-in-lood die in deze periode zijn gemaakt.

Delft als voortrekker
De tentoonstelling laat zien hoe Delft zich van een provinciestadje ontpopt tot een van de belangrijkste centra van de art nouveau in Nederland. De in Delft gevestigde industrie, Polytechnische School en kunstenaars staan aan
de basis van deze bloeiperiode. Hun samenwerking betekent een enorme stimulans voor het artistieke klimaat. De vooruitstrevende industrieel Jacques van Marken speelt hierin een sleutelrol. Zo geeft hij Jan Toorop de opdracht om voor de Nederlandsche Oliefabriek een, inmiddels wereldberoemd geworden, affiche voor slaolie te ontwerpen. De Nederlandse art nouveau dankt hieraan zijn bijnaam ‘slaoliestijl’.

Ook toonaangeBart van der Leck co Pictoright Amsterdam 2018 Wilt u het werk plaatsen dient u zelf de rechten aan te vragenvende kunstenaars als Bart van de Leck en Piet Zwart, vertegenwoordigers van de nieuwe zakelijkheid, krijgen belangrijke opdrachten van Delftse fabrieken. De creativiteit van ambachtelijke bedrijven, zoals aardewerkfabriek De Porceleyne Fles, Glasatelier ‘t Prinsenhof en de Firma Braat, bereikt in deze tijd een hoogtepunt. Hun vernieuwende ontwerpen vallen op diverse wereldtentoonstellingen in de prijzen. Zo vestigt Delft ook internationaal zijn naam als stad van innovatie.

Bezoekers kunnen al wandelend bijzondere locaties uit de periode 1880-1940 ontdekken met het boekje Highlights Art Nouveau | Nieuwe Zakelijkheid | Delft. Deze is verkrijgbaar aan de balie van het museum en bij verschillende locaties in Delft.

Bij de tentoonstellings worden ook verschillende WORKSHOPS en EVENEMENTEN aangeboden.

Het tentoonstellingsconcept
De kernwoorden van de tentoonstelling zijn: Delft, vernieuwing, industrie, ondernemers, kunstnijverheid, iconen, opleiding, Art Nouveau, Art Deco, De Stijl, Nieuwe Zakelijkheid, design.

De centrale vraag die in de tentoonstelling beantwoord wordt, is hoe het kan dat Delft zo’n belangrijke rol speelde op het gebied van de kunstnijverheid in de periode 1880-1940.

Wat de tentoonstelling speciaal maakt is dat er voor het eerst in Delft een overzicht gegeven wordt van de kunst(nijverheid) uit één van de belangrijkste periodes in de geschiedenis van de stad, aan de hand van een grote verscheidenheid aan objecten. Meer dan in andere steden onderscheidt de kunstproductie in Delft tussen 1880 en 1940 zich door synergie tussen kunst en industrie. Anders dan in Amsterdam of Den Haag zijn het in Delft niet zozeer individuele kunstenaars maar kunstnijverheidsbedrijven die een belangrijk stempel drukken. Door verschillende soorten objecten te presenteren als schilderijen, affiches, keramiek en glas-in-lood wordt het een visueel zeer afwisselende en aantrekkelijke tentoonstelling voor een breed publiek.

De tentoonstelling toont hoe de bloei van de Delftse kunst tussen 1880 en 1940 is te danken aan de unieke synergie tussen drie belangrijke partijen in de stad: Kunstnijverheid, Industrie en Onderwijs.

Deze drie partijen vormen elk een thema die tezamen het uitgangspunt vormen van de tentoonstelling. Binnen elk thema is steeds gekozen voor een drietal hoofpersonen en/of bedrijven die elk hun eigen verhaal vertellen. De thema’s worden hieronder toegelicht.

Thema Industrie: Delftse ondernemers & opdrachtgevers

Grote KantoorJacques van Marken (1845-1906) – Hugo Tutein Nolthenius (1863-1944) – Cornelis von Lindern (1869-1945)
Met de vooruitstrevende ondernemer Jacques van Marken doet de moderne industrie zijn intrede in Delft. Van Marken is afgestudeerd aan de Polytechnische School in Delft en richt in 1869 de Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek op en in 1883 de Nederlandsche Oliefabriek (NOF). Beide bedrijven groeien uit tot uiterst succesvolle Delftse ondernemingen. Van Marken betrekt toonaangevende kunstenaars bij zijn bedrijven. Zo laat hij Jan Toorop en Theo van Hoytema affiches en reclamemateriaal ontwerpen. Het zogenaamde Slaolie-affiche van Toorop uit 1894 geldt tegenwoordig als een icoon en heeft de Nederlandse Art Nouveau zelfs de bijnaam ‘slaoliestijl’ opgeleverd. De Delftse industrie gaf een belangrijke impuls aan het artistieke klimaat in de stad.

Hugo Tutein Nolthenius studeert net als Van Marken aan de Technische Hogeschool (opvolger van de Polytechnische School) en wordt directeur van de Nederlandse Oliefabriek NOF (sinds 1898 Calvé-Delft). Ook hij zet kunstenaars in bij het ontwerpen van reclame-uitingen, zo laat hij Bart van de Leck een slaolieaffiche ontwerpen. Tutein Nolthenius zet zijn opdrachtgeverschap aan kunstenaars en ontwerpers ook in zijn privéleven voort. Zo legt hij een belangrijke kunstverzameling aan en laat hij zijn woonhuis op de Nieuwe Plantage verfraaien met interieurs ontworpen door de avantgardistische Vilmos Huszár en glas-in-loodramen door Johan Thorn Prikker en Harm Kamerlingh Onnes.

Cornelis von Lindern richt in 1913 in Delft de Nederlandse Kabelfabriek op. Voor de ontwerpen van affiches en reclamemateriaal wordt vanaf 1923 de grafisch vormgever Piet Zwart ingeschakeld, die aan de Technische Hogeschool heeft gestudeerd. Zwart geldt als een pionier op het gebied van typografie en zijn werk bevindt zich dan ook in belangrijke musea als het Stedelijk Museum in Amsterdam en het Museum of Modern Art in New York.

Thema Onderwijs: De Polytechnische School als inspirator van kunst en industrie

Adolf leComte (1850-1921) – Bram Gips (1861-1943) – Karel Sluyterman (1863-1931)
Dankzij de toenemende handel en industrialisatie in Nederland in de 19de eeuw krijgt de economie een enorme impuls. Er komt een spoorwegnet, de (water)wegen worden uitgebreid en bovenal wordt er veel gebouwd (stations, kantoren, fabrieken e.d.). Al deze activiteit zorgt voor een dringende behoefte aan geschoolde technici en architecten. In 1842 wordt door koning Willem II in Delft de Koninklijke Akademie geopend. Deze wordt in 1863 vervangen door de Polytechnische School. Studenten leren er weg- en waterbouw, bouwkunde, maar kunnen er ook de M(iddelbaar) O(nderwijs) akten voor tekenen of boetseren halen. Generaties studenten, waaronder belangrijke kunstenaars als Jan Toorop en George Hendrik Breitner, maar ook vele industriëlen, zoals Jacques van Marken en Abel Labouchere, volgen er onderwijs. Het belang van de Polytechnische School en haar opvolgers, de Technische Hogeschool en de Technische Universiteit (TU), voor Delft kan niet gemakkelijk worden overschat. De school fungeert als een aanjager van zowel kunst als industrie binnen en buiten Delft en heeft daarmee de reputatie van Delft als stad van innovatie blijvend gevestigd.

Onder de meest invloedrijke docenten van de Polytechnische School zijn Adolf le Comte, zijn opvolger Bram Gips en hoogleraar bouwkunde Karel Sluyterman, die rond 1900 nauw betrokken zijn bij artistieke ontwikkelingen en projecten in de stad en op hun beurt kunstenaars opleiden die eveneens een belangrijke rol gaan spelen in het artistieke leven.

Thema Kunstnijverheid: Delftse bedrijven, tussen kunst en commercie

De Porceleyne Fles – Atelier Schouten – Firma Braat
De aanwezigheid van de Polytechnische School en de industrie in Delft geeft een belangrijke impuls aan de kunstnijverheid in de stad. Zo ontwikkelt de laatst overgebleven aardewerkfabriek in Delft, De Porceleyne Fles, onder het artistieke adviseurschap van Polytechnische School docent Adolf le Comte spectaculaire nieuwe vormen, decoraties en glazuren waarmee hoge ogen worden gegooid op de wereldtentoonstelling in Parijs in 1900. Polytechnische School student Jan Schouten richt in 1889 Atelier ’t Prinsenhof op dat zich richt op de vervaardiging van glas-in-lood, dat veel nationale en internationale aftrek vindt. Het in 1913 geopende Vredespaleis in Den Haag is zowat een Delfts gesamtkunstwerk. Het is voorzien van bouwkeramiek van de Porceleyne Fles, glas-in-loodramen van Atelier ’t Prinsenhof, plafonds ontworpen door Polytechnische School docent Abraham Gips en werken van gietijzer door de Delftse firma Braat. De laatste wordt in 1844 opgericht door Frederik Willem Braat (1822-1889) en is gespecialiseerd in siersmeedwerk, kozijnen, verwarmingssystemen en het verzinken van metalen. Gezamenlijk zetten deze bedrijven Delft op de kaart door een combinatie van innovatie, vakmanschap en esthetiek.


Ontdek de geheimen van het Agnethapark in Delft!

Een literaire wandeling als waardevolle aanvulling op de tentoonstelling 'Art Nouveau | Nieuwe Zakelijkheid | Delft - Kunst, kennis en industrie'. Nu te boeken bij Museum Prinsenhof Delft.

Het Agnetapark, het sociale paradijs! Zo wordt het tuindorp dat Jacques van Marken in 1882 voor zijn Gistarbeiders oprichtte en dat als verzorgingsstaat functioneerde, ook wel genoemd. Het Agnetapark is vernoemd naar de vrouw
van Van Marken en is de eerste fabriekskolonie in Nederland. Stork, Philips, Bata volgden bijvoorbeeld veel later. Het park staat op de top 100 lijst van
Nederlandse rijksmonumenten en dat is niet voor niks.

Tijdens de literaire wandeling draagt schrijver en verhalenverteller Jan van der Mast prachtige gedichten voor van Jacques van Marken, leest hij fragmenten voor uit diens ‘geheime dagboek’ en vertelt hij hoe de
Gistrepubliek (400 inwoners) eind 19e eeuw functioneerde. Het directie-echtpaar van de Gist- en Spiritusfabriek woonde 20 jaar lang tussen hun arbeiders en regeerden er als vorsten. Een markant voorbeeld daarvan: Van Marken vierde zijn verjaardag op 30 juli als Gemeenschapsdag, waar maar liefst 12.000 bezoekers op afkwamen!

De Delftse fabrieksdirecteur Jacques van Marken heeft een pioniersrol vervult bij de ontwikkeling van bedrijfsreclame in het algemeen en het kunstaffiche in het
bijzonder. De reclame-uitingen uit de periode 1880-1940 kunnen wij daarom beschouwen als het begin en de opkomst van de moderne grafische industrie. Het ‘Slaolieaffiche’ van Jan Toorop uit 1894 is in opdracht van Van Marken gemaakt. Wie kent het niet? Dit affiche is ontworpen in Delft en behoeft geen verdere introductie.

Data wandelingen: zaterdag 30 juni, zondag 22 juli en zondag 19 augustus.
Start 13.00 uur, bij de ingang van Museum Prinsenhof Delft
Tijdsduur: maximaal 1.5 uur
Kosten: €10 per deelnemer
Combiticket met bezoek aan de tentoonstelling 'Art Nouveau | Nieuwe Zakelijkheid | Delft': €15
Minimaal aantal deelnemers: 4
Aanmelden via [email protected]